Tijdens het laatste weekend van Dutch Design Week 2025 organiseerden BioArt Laboratories en dr. Landeweerd — een gerenommeerd filosoof op het gebied van levens-wetenschappen, wetenschapscommunicatie en ethiek — de Roots & Routes debat. Het vertrouwde format van een gesprek rond een warm kampvuur bracht opnieuw mensen samen, onder het genot van pepernoten, koffie en thee. Een filosofisch café en debat in één dat een inspirerende middag bood.
Het debat begon met een introductie over de manier waarop mensen diepe geologische tijd proberen te begrijpen aan de hand van de benaming van geologische tijdperken: van het ontstaan van complex leven in het Plioceen en de ontwikkeling van de vroege mens in het Pleistoceen tot de relatieve stabiliteit van het Holoceen, gekenmerkt door de opkomst van landbouw en complexe samenlevingen. Aan het begin van de 21e eeuw introduceerde chemicus Paul Crutzen het concept van het Antropoceen om een nieuw tijdperk te beschrijven waarin menselijke activiteit een dominante geologische kracht is geworden die het klimaat, ecosystemen en de planeet ingrijpend vormgeeft. Hoewel dit kader zowel de omvang van de menselijke impact als de gevolgen daarvan zichtbaar maakt, kan het ook dystopische narratieven versterken die de nadruk leggen op vernietiging zonder handelingsperspectieven te bieden. Dergelijke perspectieven kunnen, hoewel kritisch van aard, de verbeeldingskracht beperken en een constructieve betrokkenheid belemmeren. Dit onderstreept de noodzaak van alternatieve benaderingen die kritisch bewustzijn combineren met perspectieven op herstel, vernieuwing en een creatieve heroriëntatie.
Vervolgens werd in het debat het concept van het Symbioceen geïntroduceerd, zoals voorgesteld door Glenn Albrecht: een tijdperk dat wordt gekenmerkt door wederzijds voordelige relaties tussen mensen en alle andere levensvormen, waarin symbiose — in plaats van menselijke hebzucht — als organiserend principe dient. BioArt Laboratories vertaalt het Symbioceen naar de praktijk, zoals ook in de tentoonstelling zichtbaar wordt: experimenteel werk met materialen, ruimtelijke ervaringen en samenwerkingsvormen. Kunstenaars en wetenschappers werken letterlijk met schimmels, bacteriën, planten, waterstromen en mineralen — biologische entiteiten die niet als materialen, maar als partners worden benaderd. Veel installaties leggen de nadruk op co-creatie in plaats van het louter gebruiken van de natuur; materialen worden gekweekt, geteeld of geregenereerd in plaats van gewonnen. In die zin fungeert het Symbioceen als een conceptueel en praktisch kompas dat samenwerking tussen soorten, disciplines en tijdschalen richting geeft, zonder als een vaste doctrine te worden beschouwd. Het opent nieuwe perspectieven en methoden en roept tegelijkertijd de vraag op hoe wij ons tot deze benaderingen verhouden. Aan de hand van vier prikkelende stellingen gingen bezoekers — zowel makers als publiek — actief met elkaar in gesprek volgens een format naar het voorbeeld van het Britse Lagerhuis, waarbij beide kanten van elke stelling hun standpunt verdedigden. Onder begeleiding van dr. Laurens Landeweerd verliep het debat soepel en kenmerkte het zich door respect, scherpe retoriek, humor en wederzijds begrip. De volgende stellingen kwamen aan bod:
Wanneer mensen in de kunst samenwerken met levende organismen, vervaagt de grens tussen maker en medium. Hoe definiëren we auteurschap in zulke contexten? Kan een schimmel of plant worden beschouwd als een ‘co-creator’, en wat betekent dit voor de waardering van kunst? Sommigen pleitten voor co-creatie en stelden dat eigenaarschap niet kan worden toegekend aan het organisme zelf. Anderen benadrukten dat het auteurschap ligt in het idee — de conceptuele kern van het werk — dat bij de kunstenaar blijft.
Dystopische visies binnen het Antropoceen confronteren ons met de paradox dat het misschien nodig is om verval te verbeelden om ons een bloeiende toekomst te kunnen voorstellen. Kan het visualiseren van ecologische ineenstorting positieve verandering stimuleren, of leidt het juist tot fatalisme? Hoe kunnen kunstenaars waarschuwen en tegelijkertijd hoop behouden? Sommigen stellen dat dergelijke zienswijzen noodzakelijk zijn om innovatie te stimuleren, omdat crises historisch gezien vaak tot vooruitgang hebben geleid. Anderen waarschuwen dat ze ook demotiverend kunnen werken en kunnen leiden tot apathie en berusting.
Representing ecosystems through metaphors in art can simplify or distort the complexity of the living world. Is simplification inevitable in making concepts accessible? When does a metaphor enhance understanding, and when does it mislead? For some, simplification is necessary to communicate complex ideas to a broad audience. Others argue that it can lead to misinterpretation, as the message may be understood differently than intended.
Het verbeelden van ecosystemen met behulp van metaforen in de kunst kan de complexiteit van de levende wereld vereenvoudigen of vertekenen. Is vereenvoudiging onvermijdelijk om complexe ideeën toegankelijk te maken? Wanneer draagt een metafoor bij aan begrip en wanneer leidt deze juist tot misverstanden? Sommigen vinden dat vereenvoudiging noodzakelijk is om complexe ideeën aan een breed publiek over te brengen. Anderen stellen dat dit tot verkeerde interpretaties kan leiden, omdat de boodschap anders kan worden begrepen dan bedoeld.
Het debat was zo opgezet dat bezoekers en kunstenaars op elk moment konden aansluiten. Het milde weer, de natuurlijke omgeving en het gevoel van verbondenheid rond het kampvuur droegen bij aan een betekenisvolle en memorabele afsluiting van Dutch Design Week bij BioArt Laboratories.


