Crosslabs is ontstaan uit een samenwerking tussen BioArt Laboratories, de lerarenopleiding Biologie van Fontys en de International School Eindhoven. Leraren in opleiding hebben verschillende lessen ontwikkeld rondom het Symbioceen.
De Crosslabs van dit jaar bestaat uit zes lessen over het Symbioceen en verschillende voorbeelden van hoe de natuur met elkaar interageert vanuit een multidisciplinaire benadering van design thinking. In de eerste les maken studenten op een laagdrempelige manier kennis met de belangrijkste principes van het Symbioceen en ontdekken ze waarom het zo uitdagend is om de huidige denkwijze van het Antropoceen achter ons te laten en over te stappen naar een nieuw systeem met nieuwe begrippen en perspectieven. De daaropvolgende les gaat terug naar de basisprincipes van het verkrijgen van kleur en zelfs elektriciteit via biologische processen. Zo ontdekken studenten wat er in de natuur al mogelijk is wanneer we niet langer uitsluitend vanuit een antropocentrisch perspectief kijken.
In de derde les maken studenten kennis met kunstenaar Catinca Tilea en haar kunstproject H.O.W. To Hope To Be. Wat als we vanuit zowel een menselijk als een niet-menselijk perspectief naar de toekomst kijken? Hoe zouden de samenleving en onze leefomgeving er dan uitzien? Catinca introduceert mycelium als een potentieel materiaal voor design, productie en constructie. Daarbij ligt de nadruk niet op het aanpassen en vervormen van natuurlijke eigenschappen om aan onze vaak ambitieuze specificaties te voldoen, maar juist op het benutten van die natuurlijke eigenschappen en het samenwerken mét de natuur vanuit een ander systeemperspectief. Daarnaast onderzoekt het project in hoeverre mensen bereid zijn dergelijke natuurlijke eigenschappen te accepteren en waar onze grenzen liggen.
Ecosystemen bestaan echter uit meer dan alleen schimmels, dieren en planten. Ook verschillende insectensoorten vormen een essentieel onderdeel van de biodiversiteit. Nu de afgelopen jaren steeds vaker wordt gewaarschuwd voor de afname van insectenpopulaties in Nederland, wordt het steeds belangrijker om bij het ontwerpen van onze leefomgeving ook rekening te houden met het behoud van insectensoorten. In de vierde les leren studenten dat de basisvoorwaarden voor het in stand houden van insectenpopulaties eenvoudig kunnen zijn, maar tegelijkertijd zeer effectief. Door oude materialen te hergebruiken, ontwerpen ze oplossingen die insecten een geschikte leefomgeving bieden.
In de twee laatste lessen richten studenten zich op de onderlinge verbondenheid van verschillende organismen en verbinden ze deze inzichten met hun eigen ontwerpopdracht. Ze kweken hun eigen oesterzwammen op zelf verzameld koffiedik uit hun omgeving. Vervolgens verwerken ze de vruchtlichamen van het mycelium tot zogenaamd ‘mushroom paper’, dat ze kunnen gebruiken voor hun ontwerpen. Door het volledige proces zelf te doorlopen en praktisch aan de slag te gaan, ervaren studenten wat er daadwerkelijk nodig is om een materiaal te produceren. Deze ervaringen nemen ze mee in hun verdere ontwikkeling als ontwerpers en in hun toekomstige manier van design thinking.


